Melleville

Update optreed data

1 april 2015

Cultuurkapel, Deurne

28 maart 2015

In de kapel van het klooster in Deurne mag ik even op op het gigantische kerkorgel spelen. Ik hoor de Heere niet.
Alle paters die in het klooster leefden liggen achter het klooster begraven. De paters hoor ik zingen.
Zacht klotst de pap onder mijn buikvlies, zacht klotst de pap diep in mijn buik, zingen ze.
We eten saté met groenten en kroepoek. Niets smaakt naar wat het voorstelt maar het is toch lekker. We krijgen er patat bij.

Foto: Wim Thijssen

Een heel mooi wit huisje.

27 maart 2015

We wandelen. We zien een kapel waar gelovigen heen gingen om zichzelf uit te hongeren en te versterven. Het is een heel mooi wit huisje.
Wij eten vlaai. Abrikozen, kersen en kruisbessenvlaai. Dick eet geen vlaai omdat hij dat gister al vlaai gegeten had. Abrikozenvlaai. Dick eet Appelstrudel met slagroom maar moet eerst even wachten omdat de strudel nog in de oven zit.
De bandbus vermijdt snelwegen. We hebben het over jaloezie.

Lumiere Maastricht

26 maart 2015

In de bus hebben we het erover dat gevulde koeken geen kano’s zijn en kano’s geen gevulde koeken. Thijs is het daar niet mee eens.
In het Lumiere filmhuis in Maastricht komt de directeur met een rood aangelopen hoofd onze zaal instormen om te zeggen dat er mensen boos weglopen uit de filmzaal naast ons. Het is te hard. Tijdens het sounchecken was alles prima maar de directeur is te boos om hier een gesprek over te hebben. Het publiek in onze zaal kan zijn geld terugkrijgen en een door Lumiere aangeboden consumptie nuttigen aan de bar.
We spelen akoestisch verder. Dat mag. Het heeft wel wat. De hele tijd denk ik aan de boze mensen in de andere zaal.
Achteraf blijkt dat er één boze man uit de filmzaal naast ons is gelopen. Zijn vrouw is blijven zitten.
We eten patat met zuurvlees. Thijs eet patat met mayonaise.

Marc Ribot in het Paard van Troje

20 maart 2015

Ik ben bij het optreden van Marc Ribot in het Paard van Troje. Hij speelt gitaar zoals Dubuffet schildert. Of Philip Guston.
Het is als op een begrafenis waar je uit ongemak moet lachen. Die man kan helemaal geen gitaar spelen. Maar even later hoor ik de vrijheid. Dezelfde vrijheid die die niet meer zo heel moderne schilders moeten hebben gevoeld en die ik zelf soms voel als ik teken.
Achteraf hoor ik dat hij voor het optreden de zaal binnenliep en iets hoort dat hem irriteerde. Airconditioner uit. Ook de lampen maken geluid. Lampen uit. En na heel lang zoeken ging de koelkast achterin bij de bar ook uit.
Maar op een leuke manier. Alleen maar om een zo mooi mogelijke avond te maken. Verlicht door kaarsen.

 Jean Dubuffet, Dhôtel nuancé d’abricot, 1947