19 juni 2013
Mijn oma lijkt op David Lynch.
Er komt een mevrouw haar kamer binnen. Ze vraagt met een doorrookte stem of we koffie willen. Ik zou haar Ton noemen als ze geen naam had. Eigenlijk wil ik geen koffie omdat ik liever niets drink in zieken- en bejaardenhuizen. Dan denk ik dat ik de ziektes binnenkrijg die daar rondwaren. Maar het is best een gezellig kamertje en ik vraag toch om koffie. Mijn oma ook. Als Ton weg is zegt mijn oma dat ze geen koffie hoeft maar dat ze het voor mij bestelde omdat ze dacht dat mij niets gevraagd zou worden. Nu heb ik 2 kopjes koffie. Dat komt eigenlijk wel goed uit omdat mijn Iphone wat opgeladen moet worden. Van mijn oma hoeft het allemaal niet mee zo nodig. Ze heeft pijnen en nergens meer zin in. Ze vertelt dat iedereen het leuk voor haar probeert te maken maar dat zij niets meer leuk vindt. Oma kijkt zelfs niet meer uit het raam. Het interesseert haar allemaal niet meer wat er buiten gebeurt. Elin kruipt over de vloer naar de rollator van oma. Onhandig trekt ze zich op en met stijve beentjes wandelt ze een stukje de kamer door. We lachen allemaal. Heel hard.

7 juni 2013
ik zie een schim van een konijn door het gordijn. Een heel groot konijn. ik ga uit bed. Zo ver mogelijk van het konijn vandaan schuif ik een stukje van het gordijn open. Ik zie op mijn balkon een man in een vies en versleten konijnen pak. Hij kijkt naar het raam. Als hij ineens mijn richting op zou kijken zou ik dood neervallen van schrik. Ik weet niet wat ik moet doen. Misschien is het een superheld. Zoiets als Spiderman in zijn spinnenpak. Ik doe het gordijn dicht een probeer te slapen.
De volgende ochtend ben ik het konijn vergeten maar als ik het gordijn opendoe zit hij er nog. Het is nu iets minder eng. Een man met een zielig hoofd in een konijnenpak.
Ik doe voorzichtig mijn balkondeur open en vraag wat hij komt doen. Hij zegt dat hij Barry heet en een boodschap voor mij heeft maar dat ik eerst een kopje koffie moet zetten. Ik heb ook wel zin in koffie. Na een paar slokken koffie zegt hij dat ik mijn gezin moet vermoorden. Vermoorden? Ik heb helemaal geen zin om mijn gezin te vermoorden. Het gaat allemaal best goed. En Elin wordt een geweldig meisje. Elke dag verandert ze een beetje. Het is een voorrecht om dat van dichtbij mee te mogen maken. En wat hou ik van haar en haar moeder!
‘Dan niet!’ zegt Barry en hupt over het balkon naar de mooie tuin van de onderburen, over de schutting, richting de schuurtjes.

29 mei 2013
In het ateliergebouw waar ik een atelier heb zit ook een Japanse jongen met een voor hem veel te grote fiets. De fiets van de Japanner is een mooie oude Burco. Ik zelf heb een heel degelijke fiets. Een ‘personal bike’ van Batavus. Het is zo’n fiets waar je kantoormensen vaak op ziet fietsen. Hij is iets te klein voor me, dus ik vroeg of hij zijn fiets met me wilde ruilen. De Japanse jongen vond dat een goed plan.
Nu ik op de Burco fiets fiets moet ik denken aan een leuk fotoverhaal dat mijn vader maakte toen ik klein was.



22 mei 2013
Ik fiets rondjes met Elin op schoot op de fietscarousel in het speeltuintje achter.
Ik word er misselijk van. Van de schommel word ik ook snel misselijk maar met de fietscarousel ben ik na 3 rondjes ziek. Als ik bijna kotsend van het fietsje wil stappen tilt een vader zijn zoontje op één van de andere fietsjes. Het is een treurig ogend jongetje dat een leven vol somberheid voor zich lijkt te hebben. Het jongetje hangt voorover gebogen op zijn fietsje. Hij kan niet bij de trappers van zijn fietsje. Zijn vader wrijft over zijn Iphone. Kotsmisselijk fiets ik door. Het jongetje hangt steeds meer voorovergebogen over het stuurtje. Alsof hij zich in de afgrond wil storten. Ik lach naar de vader en slik wat kots door.

13 mei 2013
Het is vroeg. De vogels zingen bezeten. Ik word er wakker van. Als vogels spinnen zijn en als die spinnen krijsen als bezeten vogels, dan zou het buiten eng zijn. Ik doe voor de zekerheid het raampje boven de balkondeur dicht.
Ik ga nog even liggen en luister naar de spinnen. Om de spinnen te verdrijven bedenk ik een scenario voor een western.
Een paard rent over de prairie. Met een helikopterview komen we langzaam dichter bij het paard. We krijgen zicht op de andere kant van het paard en zien een laars met een been eraan in de stijgbeugel hangen. Camera gaat weer naar boven en de helikopterview volgt nu de weg die het paard heeft afgelegd. Muziek (galmgitaar). Een heel stuk prairie. Muziek zwelt aan. De camera stopt en van bovenaf zien we een man op de grond liggen. Heel klein. Als we langzaam dalen zien we een cowboy met één been. Muziek bereikt climax. Beeld wordt zwart. Titel. ‘Satan ain’t no Devil’ (de titel kan nog anders). De muziek loopt door en de acteurs worden aangekondigd met letters die met bloed geschreven zijn. De muziek maakt plaats voor een vreemd geluid. Elin babbelt haar ochtendbrabbel. Het is het mooiste geluid wat ik ooit gehoord heb.